EEN LEVENSBESCHRIJVING VAN ABT GREGORIUS DOOR LUDGER

Ludgers Gregoriusvita staat inmiddels in de Nederlandse vertaling door Jos Droste op deze website.

Deel III. De feitelijkheden die Ludger schetst …

In de vorige Nieuwsbrief is in deel II van de toelichting op de te verschijnen vertaling van Ludgers Gregoriusvita aangegeven dat Ludger met zijn levensbeschrijving van abt Gregorius een voorbeeld beoogde te geven. Hij wilde de herinnering aan zijn voorganger en anderen in herinnering roepen, zodat Ludgers tijdgenoten en latere generaties daardoor werden geïnspireerd tot een gelovige en missionaire levenswijze.

Graf van Karel Martel in Saint-Denis

Voorbeelden om na te volgen. Daar heb je geen jaartallen voor nodig. Die kende Ludger waarschijnlijk ook nog niet. Het tellen in B.C. en A.D. begon in zijn dagen op te komen. Er komt dan ook geen enkel jaartal voor in zijn werk. De getallen die hij wel noemt, zijn soms twijfelachtig. Zo kennen we niet het geboorte- en sterfjaar van Gregorius. En van het scharniermoment in diens leven, de ontmoeting met Bonifatius, zegt Ludger dat Gregorius dan veertien of vijftien jaar is. Uit andere bronnen weten we, dat dat in 721 of 722 geweest moet zijn. Terugrekenend kom je dan op een geboortejaar tussen 706 en 708 uit. Bij zijn dood zou Gregorius ongeveer 70 jaar zijn, wat een sterfjaar tussen 776 en 778 oplevert. Maar volgens de meeste geleerden is Gregorius eerder overleden, in 774, of 775. Of is hij misschien eerder geboren?Het gaat Ludger niet om jaartallen. Maar hij kan er ook niet omheen om Gregorius toch wat achtergrond te geven. Wat komen we aan feiten over hem te weten? We zetten ze op een rijtje.
Gregorius was de leermeester van Ludger aan de kloosterschool in Utrecht. Hij is geboren tussen 706 en 708, zoon van Alberik, uit hoge Frankische adel met relaties met hofmeier Pepijn van Herstal. Hij komt in het verhaal als hij een jaar of veertien, vijftien is, in 721 of 722.

De Angelsaksische missionaris Winfried Bonifatius is na dertien jaar missiewerk in Frisia op weg naar Thüringen en Hessen en op bezoek in het klooster Palatiolum (Pfalzel) bij Trier. De grootmoeder van Gregorius, Adela, is daar abdis. Zij is de moeder van zijn vader Alberik. Aangestoken door het charisma en enthousiasme van Bonifatius wil Gregorius met hem mee, tegen de zin van Adela en zonder zijn ouders te raadplegen. Hij krijgt zijn zin, en samen trekken ze naar Thüringen en Hessen, waar ze onder moeilijke omstandigheden aan het werk gaan. Na enige tijd probeert Bonifatius contact te krijgen met Karel Martel, die zijn vader Pepijn als hofmeier is opgevolgd, maar een ontmoeting wordt verhinderd door sommige Frankische bisschoppen en andere hogere geestelijken. Bonifatius gaat weer terug, maar zijn werk, samen met Gregorius, is zo succesvol, dat na de dood van Karel Martel (in 741) zijn zonen, de nieuwe hofmeiers, er wel van moeten horen en hem ontbieden. Ondanks gesputter van genoemde geestelijken wordt Bonifatius voorgedragen als aartsbisschop van Mainz en gaat hij naar Rome voor de bisschopswijding. Naast zijn wijding krijgt hij daar van paus Gregorius III een nieuwe naam: van Winfried wordt hij Bonifatius. Terug aan het werk, weer in Hessen en Thüringen, maar ook in andere streken. Er worden kerken en kloosters gesticht en er wordt onderwijs gegeven.

Gregorius is in 754 werkzaam in Utrecht, als Bonifatius aan zijn laatste fatale reis naar Friesland begint. Hij is verbonden aan de Domschool, abt van het Martinusklooster en bestuurder van het bisdom. Ludger is een van zijn vele getalenteerde leerlingen. Hij vertelt uitvoerig over de levenswijze en didactische kwaliteiten van zijn leraar en over de loopbanen van zijn medeleerlingen. Als Gregorius ongeveer 70 is, sterft hij na een periode van ziekte en verzwakking van een jaar of drie. Zijn neef Alberik volgt hem op.
Aldus Ludger. Maar klopt wat hij vertelt? En is er ook méér te vertellen?